
Al zo lang ik mij kan herinneren, ervaar ik momenten van depersonalisatie en derealisatie (DPDR).
In mijn jeugd maakte ik zelfs een langere periode door, al wist ik toen niet wat het was. In die tijd was er nauwelijks informatie beschikbaar, en zelfs mijn huisarts kon mij weinig vertellen. Ik voelde me onbegrepen: niemand snapte echt wat ik probeerde uit te leggen. Gelukkig trok die periode uiteindelijk vanzelf weer weg.
Door de jaren heen bleven DPDR-momenten terugkomen, maar meestal duurden ze maar enkele uren of dagen. Ik had inmiddels meer informatie gevonden en begreep dat dit gevoel vaak een reactie was op stress en overweldigende emoties. Ik wist: mijn brein probeert me te beschermen. Dat besef hielp mij er altijd doorheen.
De terugkeer van chronische DPDR
In 2022 kwam ik opnieuw in een chronische DPDR-periode terecht. Het begon met een drukke tijd op het werk, veel overuren en stress. Toen mijn opa en mijn oma kort na elkaar overleden werd ik emotioneel compleet overweldigd. Vlak daarna eindigde mijn relatie van tien jaar. Het verdriet en verlies waren zo groot dat mijn brein opnieuw in de ‘overlevingsmodus’ schoot.
Ondanks dat ik wist wat DPDR is, nam het dit keer zo sterk de overhand dat ik niet meer kon functioneren. Ik meldde me ziek op het werk en kon dagenlang niet slapen. Op een gegeven moment was het zo zwaar dat ik bijna werd opgenomen in een kliniek, omdat ik niet meer op mijn eigen veerkracht durfde te vertrouwen.
Gelukkig kon ik met therapie en met hulp van medicatie langzaam uit de crisis komen. De officiële diagnose was een depressie, maar de kennis over DPDR bleek ook in de ggz beperkt. Ik voelde me niet gehoord en kreeg vooral te horen dat ik ermee moest leren leven. Inmiddels weet ik dat DPDR voor mij het meest opvallende symptoom van depressie is en iets wat ik waarschijnlijk ook als kind al heb ervaren.
Hoop vinden – en opnieuw bouwen
Online lees je vooral verhalen van mensen die jarenlang vastzitten in DPDR, zonder verbetering. Maar ik wist uit mijn jeugd: ik kan hier doorheen komen. Dat vertrouwen werd mijn motivatie om mijn zenuwstelsel weer tot rust te leren brengen.
Naast therapie en medicatie begon ik met yin yoga en besloot ik mijn leven minder druk in te richten. Ik ging bewuster gaan leven en maak nu keuzes in het gebruik van energie en tijd die mij helpen mijn zenuwstelsel te ontlasten.
Ook volgde ik EMDR-therapie om oude trauma’s te verwerken. EMDR heeft voor mij een enorme, positieve impact gehad. Trauma is uiteindelijk een emotionele reactie op een gebeurtenis die te groot is om in het moment te verwerken en mijn lichaam liet dat al jaren zien. De combinatie van medicatie, therapie, yoga en een langzame, bewuste stap terug heeft mijn klachten sterk verminderd.
De DPDR is niet volledig verdwenen en zal misschien altijd onderdeel van mijn leven blijven, maar mijn relatie ermee is veranderd. Ik begrijp het nu als een reactie van mijn zenuwstelsel in plaats van een bedreiging. En dat maakt het draaglijker, zachter en veel minder angstaanjagend.
Hoe DPDR voor mij voelt
Als ik moet omschrijven wat DPDR voor mij betekent:
• het voelt alsof ik zelf niet echt ben
• de wereld lijkt onecht
• ik voel me niet “mezelf”
• er zit een glazen wand tussen mij en de wereld
• mijn leven voelt als een videogame
• ik herken mezelf niet in de spiegel
• ik hoor mezelf praten, maar het voelt niet als mijn stem
• mijn handen lijken niet van mij
• het voelt alsof ik in een droom leef
Mijn wens: anderen helpen zich minder alleen te voelen
Nu ik beter met DPDR kan omgaan, is het mijn wens om anderen hoop en herkenning te bieden. Want niemand zou zich hierin alleen of niet-gehoord moeten voelen.
Als jij je herkend in mij verhaal weet dan dit: je bent niet alleen, en er is écht herstel mogelijk, zelfs wanneer het uitzichtloos lijkt.



