Als onderdeel van het vrijwilligersbeleid hebben we beschreven hoe wij ervaringsdeskundigheid zien. Er zijn veel definities. We gebruiken deze drie niveaus van ontwikkeling dan ook niet als harde criteria, maar als hulpmiddel tijdens gesprekken en voor reflectie.
Van persoonlijke ervaring naar ervaringsdeskundige

Je eigen ervaring inzetten om andere lotgenoten of naasten te helpen, is voor veel vrijwilligers een belangrijke motivatie. We bieden allerlei manieren om dat te doen. Per taak verschilt het wat nodig is. Dit staat in de taakbeschrijvingen en vacatures.
We geloven dat iedereen zich kan ontwikkelen. Daarom beschrijven we hoe wij de groei zien van ‘iemand met persoonlijke ervaring’ tot ‘ervaringsdeskundige’. Ieders ervaring en verhaal is anders. De drie ontwikkelniveaus die we hieronder beschrijven, zijn dan ook bedoeld als hulpmiddel. We reflecteren samen op jouw proces en de vaardigheden die je hebt.
- Je kunt kenmerken van meerdere niveaus herkennen bij jezelf
- De verschillende niveaus bouwen op elkaar voort en lopen in elkaar over
- De niveaus zijn richtlijnen: ze zijn een indicatie en hulpmiddel voor reflectie, geen harde criteria
In het algemeen geldt voor de ontwikkeling als ervaringsdeskundige: je kunt steeds beter reflecteren op je eigen proces, de aandacht verschuift van wat jij nodig hebt in je ontwikkeling naar wat de ander nodig heeft, je krijgt steeds meer kennis en kent steeds meer verschillende ervaringen. Je leert steeds duidelijker onderscheid maken tussen jouw behoeften en die van de ander, waarbij je de ander aanmoedigt en steunt om hun eigen ontwikkeling door te maken.
Daarnaast ontwikkel je de manier waarop je je kennis en ervaring verwoordt en hoe je die inzet. Je kunt in steeds complexere situaties je ervaringsdeskundigheid inzetten. Je put daarbij uit verschillende bronnen van kennis:
- Ervaringskennis: levenslessen en persoonlijke ervaringen
- Collectieve kennis: kennis die gedeeld wordt door een groep mensen met eenzelfde soort ervaring
- Wetenschappelijke en vakinhoudelijke kennis: theorieën, feiten, concepten, methodieken, literatuur, behandelmethodieken, behandelkennis vanuit hulpverlenersperspectief, onderzoek
- Vakkennis: andere vaardigheden die je ontwikkelt door opleiding en werkervaring
Persoonlijke ervaring – niveau 1
Wat betekent dit?
Je hebt ervaren/ervaart hoe het is om te leven met een dissociatieve stoornis – of hoe het is als je naaste dat heeft. Dit is een subjectieve, individuele ervaring.
Hoe kun je bijdragen?
Als je eigen ervaring hebt, kan vrijwilligerswerk bij ons op zichzelf soms al onverwacht van alles met je doen. Veel nieuwe leden en vrijwilligers vinden de (h)erkenning fijn, maar ook confronterend. We raden aan om eerst te wennen en te ervaren wat het is om vrijwilliger te zijn.
Je kunt taken doen waarbij geen inzet van ervaringskennis vereist is. Wat dat is, is afhankelijk van wat bij jou past, waar je energie van krijgt en hoe je inzetbaarheid is.
Als je je verder wilt ontwikkelen
Je kunt bijvoorbeeld meedoen aan een gespreksgroep of gaat op een andere manier in gesprek met andere lotgenoten om ervaringen uit te wisselen. Je leert en leest meer over dissociatie en dissociatieve stoornis(sen). Ook ga je steeds beter begrijpen wat de functie(s) van dissociatie bij jou persoonlijk zijn en wat wel en niet behulpzaam is.
Ervaringskennis – niveau 2
Wat betekent dit?
Wanneer je woorden kunt geven aan je persoonlijke ervaringen, kunt reflecteren op je proces en inzichten hebt opgedaan noemen we dat ervaringskennis. Op dit niveau heb je al meer inzicht op wat jou wel of niet geholpen heeft.
Je komt op dit niveau ook in contact met ervaringen van anderen en hoort hoe deze gelijkend of anders zijn. Voor veel mensen is in dit stadium de eigen behoefte aan (h)erkenning en begrip groot. En heb je vaak nog niet zo veel ervaring met de verschillende manieren waarop dissociatie zich bij anderen uit.
Het kan ook zijn dat je al een intensief persoonlijk proces hebt doorgemaakt en goed weet wat voor jou (niet) werkt en belangrijk is. Van sommige dingen heb je misschien minder of geen last meer. En/of je hebt jezelf, je ervaringen, kracht en kwetsbaarheden beter meer geaccepteerd. Misschien heb je sterk de behoefte om te delen wat jou heeft geholpen, bijvoorbeeld omdat je anderen leed of pijn wilt besparen.
Hoe kun je bijdragen?
Over het algemeen zijn in dit stadium taken passend waarbij je kunt meekijken en oefent met het inbrengen van je eigen ervaringen. Je kunt op die manier meer kennis en ervaring opdoen. Je kunt meestal nog niet zelfstandig aan de slag als ervaringsdeskundig vrijwilliger.
Je kunt ook helpen door je persoonlijke ervaring te delen. Bijvoorbeeld via de website en de Caleidokrant. Dat mag natuurlijk ook als je geen vrijwilliger bent.
Als je je wilt ontwikkelen tot ervaringsdeskundige
Je leert meer ervaringen van anderen kennen door te lezen en luisteren. Zelfreflectie en willen leren is een noodzakelijke vaardigheid als ervaringsdeskundige. Je leert daardoor je eigen kwaliteiten, behoeften en valkuilen kennen. En leert je ervaring te zien in een grotere context.
Je gaat bijvoorbeeld meedoen als deelnemer aan gespreksgroepen, deelt je eigen verhaal, luistert naar anderen en reflecteert op wat dat met jou doet. Je observeert hoe andere vrijwilligers deze taak uitvoeren, bedenkt wat je zelf zou doen en praat daarover met elkaar. Je kunt vragen stellen en wisselt ervaringen uit met andere vrijwilligers.
Je leert om te luisteren en nieuwsgierig te zijn zonder te adviseren of in te vullen. Als je merkt dat je graag anderen wilt vertellen hoe zij kunnen herstellen, oefen je met luisteren en open vragen stellen aan anderen. En probeer je te herkennen wanneer je de neiging hebt advies te geven en onderzoek je waarom dat belangrijk is voor je.
Daarnaast ontwikkel je je door mee te doen met de kennisuitwisselingsbijeenkomsten voor vrijwilligers. Ook ontwikkel je theoretische kennis door meer te lezen of luisteren. En/of je doet cursussen bij bijvoorbeeld Involv om je kennis en vaardigheden te verdiepen.
Ervaringsdeskundigheid – niveau 3
Dit niveau is nodig voor taken bij Caleidoscoop waarvoor we ‘ervaringsdeskundigheid’ vragen. Je ontwikkelt je in dit stadium steeds verder. De kenmerken zijn een indicatie: er zijn veel verschillende definities van ervaringsdeskundigheid. Je kunt deze kenmerken ook gebruiken om je op die punten te ontwikkelen.
Wat betekent ervaringsdeskundigheid?
Je zet je ervaringskennis bewust en gepast in, op een manier die afgestemd is op de ander. Je hebt met anderen gesproken over hun en jouw ervaringen en kent allerlei persoonlijke verhalen, waarbij je zowel verschillen als overeenkomsten kunt (h)erkennen. Daarnaast heb je ruime theoretische kennis over (alle) dissociatieve stoornissen. Je beseft en kunt uitdragen dat er geen universele waarheid is als het gaat over herstel en hoe dissociatie ervaren wordt.
Je bent in je persoonlijke ontwikkeling zo ver dat je jouw persoonlijke behoefte aan bijvoorbeeld erkenning kunt scheiden van wat de ander of de groep nodig heeft. Je bent in staat om te reflecteren op je vaardigheden en gebruikt feedback om je verder te ontwikkelen.
Niveau 3A – Startende ervaringsdeskundige
- Je hebt gesprekken gevoerd met anderen over hun ervaringen en hebt nieuwe inzichten verworven over hoe dissociatie – en herstel – ook ervaren kan worden
- Je leert onderscheid maken tussen je persoonlijke behoefte en die van anderen
- Je hebt basiskennis over alle dissociatieve stoornissen (zie vrijwilligersgids)
- Je leert meer over verschillende theorieën en behandelmethoden mbt dissociatie
- Je herkent wanneer je getriggerd wordt, hebt manieren om daar mee om te gaan en kunt verantwoordelijkheid nemen voor je eigen grenzen
- Je onderzoekt – onder andere door feedback te vragen – waar je kracht ligt en waar je kunt ontwikkelen, zowel op het gebied van ervaringsdeskundigheid als de andere vaardigheden die nodig zijn voor een specifieke taak.
Niveau 3B – Ervaringsdeskundige
- Je ervaringskennis zet je in wanneer dat ander versterkt in diens eigen proces en/of bijdraagt aan het doel van de activiteit. Je kunt je eigen behoefte herkennen, kunt die scheiden van de behoefte van de ander en vervult die elders.
- Je kunt luisteren en nieuwsgierig zijn naar ervaringen of overtuigingen van anderen die anders zijn dan die van jou
- Je kent persoonlijke krachten/kwaliteiten en kwetsbaarheden/valkuilen, zowel op het gebied van ervaringsdeskundigheid als vaardigheden voor de activiteit.
- Je kunt onderscheid maken tussen een onterechte veralgemenisering is en relevante patronen en de grotere context
- Je vraagt feedback aan anderen op je functioneren en leert je blinde vlekken kennen, waardoor je je verder kunt ontwikkelen.
- Je leert zowel krachten als ontwikkelpunten herkennen en benoemen bij anderen. En kunt startende ervaringsdeskundigen aanmoedigen en ondersteunen op een manier die bij hen past.
- Je kunt inschatten en checken waar de ander zich bevindt in z’n proces, wat deze nodig heeft en sluit daarop aan op een gedoseerde manier.
Niveau 3C – Senior ervaringsdeskundige
- Je hebt uitgebreide theoretische en ervaringskennis van één of meerdere dissociatieve stoornissen en de ggz en/of andere gerelateerde onderwerpen
- Je kunt een gefundeerde mening geven bij beleidsontwikkeling of scholing, waarbij je uit de verschillende kennisbronnen (zie inleiding) kunt putten
- Je kunt omgaan met kritische vragen, ongeloof en onbegrip over dissociatieve stoornissen en reageert daarop genuanceerd
- Je kunt andere vrijwilligers inwerken in taken die een groot beroep doen op ervaringsdeskundigheid
- Je kunt je schriftelijk en/of verbaal helder uitdrukken om je boodschap over te brengen
- Je hebt zodanig veel zelfkennis opgedaan, dat je weet waar je grenzen liggen en kunt daarover gepast communiceren.
- Je bent je ervan bewust dat je nooit uitgeleerd bent en vraagt om feedback. Je staat open voor nieuwe inzichten.
Wat doe je als ervaringsdeskundig vrijwilliger (niet)?
Steunen, helpen, coachen en hulp verlenen kunnen erg op elkaar lijken en overlappen. Toch zijn er belangrijke verschillen. We geven voorbeelden voor enkele rollen.
| Rol vrijwilliger | Wat doen we wel? Wat gaat uit van erkenning en hoort tot je rol als vrijwilliger of onze taak als vereniging? Voorbeelden: | Wat doen we niet? Wat zien we als hulpverlenend en/of hoort niet tot de taak van vrijwilligers of de vereniging? Voorbeelden: |
| Gespreksbegeleider | Ruimte geven, structuur bewaken, deelnemers uitnodigen tot delen, gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de groep, deelnemers wijzen op de huisregels en ze waar nodig handhaven, benadrukken dat ieders proces anders en oké is. | Persoonlijke problemen oplossen, medisch advies geven, iemands klachten analyseren of diagnosticeren, je eigen mening opdringen, deelnemers persoonlijke opvang bieden, iemand uit dissociatie halen, individuele triggers wegnemen. |
| Telefoon beantwoorden | Er zijn, luisteren, (h)erkenning bieden, gekaderd gesprekstijd bieden, iemand aanmoedigen om problemen te bespreken met een vertrouwde ander of hulpverlener, waar nodig verwijzen naar andere organisaties, de verantwoordelijkheid voor iemands proces bij henzelf laten. | Medisch advies geven, iemand aansporen om jouw adviezen op te volgen, je persoonlijke gegevens delen om iemand te ondersteunen, aanbieden om exclusief contact met één vrijwilliger te maken/houden, geheimhouding beloven, een behandelmethode aanbevelen als ‘beste’ behandeling, crisisondersteuning bieden. |
| Omgang met vrijwilligers onderling | Persoonlijke ervaringen delen als de ander daar akkoord mee is, samen verantwoordelijkheid nemen voor de sfeer, steun en begrip bieden binnen je eigen mogelijkheden, open vragen stellen, voor jezelf zorgen. | Van anderen vragen om rekening met jouw triggers te houden, een ander niet aanspreken, medisch advies geven, als hulpverlener/coach/persoonlijk ondersteuner werken. |
Leestip: als je meer wilt weten over allerlei aspecten van ervaringsdeskundigheid, kijk dan eens op www.ervaringsdeskundige.info. Cursussen en training om je te ontwikkelen vind je op www.involv.nl.



